BORIUM

Borium is naast calcium, magnesium fosfor betrokken bij de botvorming. Het is van belang bij de omzetting van vitamine D3 in zijn actieve vorm. Het activeert bepaalde hormonen zoals oestrogeen.

Bij een tekort zie je de volgende klachten: osteoporose, osteoartritis.

Bronnen: fruit en groenten.

 

CALCIUM

Calcium is het meest voorkomend mineraal in het lichaam. Het is van belang voor de botten en tanden, zorgt voor een goede prikkelgeleiding van de zenuwen en voor een goede spiercontractie. Verder is het van belang bij de bloedstolling, energievoorziening, enzymactiviteit, het vrijmaken van neurotransmitters, het reguleren van de hartslag en cel-vermenigvuldiging. 

Vitamine D en K zijn nodig voor de opname van calcium.

Tekort: Engelse Ziekte (rachitis) en groeiachterstand bij kinderen. In volwassenen: osteoporose, hypertensie, spierkrampen, darmkanker.

Tekorten kunnen ontstaan door een tekort aan maagzuur, alcoholisme, roken of in de overgang (afname oestrogeen).

Voedselbronnen: kelp, kaas, sesamzaad, sardientjes, boerenkool, raapsteel, amandelen, hazelnoot, gist, peterselie, paranoten, watercress, melkproducten, tofu, gedroogde vijgen.

Supplementen kunnen lood bevatten (zeer toxisch, m.n. uit oesters, Dolomieten en bot). Wil je toch een suppletie neem dan calcium-citraat, -gluconaat, -lactaat, -aspartaat, of -orotaat. Het beste is de citraat vorm, want deze vermindert de vorming van nierstenen en wordt het beste opgenomen.

CHROOM

Chroom is van belang voor de suikerstofwisseling (GTF: glucose tolerantie factor). Het is essentieel voor de productie van insuline.

Tekort: verstoorde bloedsuikerwaardes (diabetes 2, hypoglycaemie), depressie, zwaarlijvigheid, te hoog cholesterol en triglyceriden, acne.

Chroom zit weinig in voeding: gist (m.n.), vlees (m.n. kalfslever), volle granen, schelpdieren.

Supplement: 200 microgram chroompicolinaat p.d. voor een volwassene.

 

FOSFOR

Het is samen met calcium, magnesium en borium van belang voor sterke botten en tanden. Het ondersteunt de werking van B-vitaminen en verschillende hormonen. Het is van belang voor onze energiehuishouding.

Symptomen van tekort: osteoporose, verminderde energie en weerstand, bloedarmoede en prikkelbaarheid.

Er ontstaan i.h.a. niet snel tekorten aan dit mineraal.

Bronnen: pompoenpitten, hennepzaad, chiazaad, cacao, zonnebloempitten, (oude) kaas, sesamzaad, paranoot.

 

IJZER

Het speelt een belangrijke rol in het hemoglobinemolecuul van de rode bloedcellen. Zodoende verzorgt het het zuurstoftransport van de longen naar alle weefsels en het vervoer van CO2 van de weefsels naar de longen. Verder heeft het vele functies in enzymen, de productie van energie en het metabolisme, inclusief de DNA synthese. Er zijn 2 vormen: heemijzer uit bloed en vlees  (15 keer makkelijker opneembaar) en non-heemijzer uit planten (moeilijk opneembaar).

Tekort: vermoeidheid, bloedarmoede, bleke huid, duizeligheid, rusteloze benen, kortademigheid, verminderde eetlust, overvloedige menstruatie, leerproblemen, immunodeficiëntie.

Risicogroepen voor tekort (benodigdheden in mg p.d.): kinderen in de groei (10), zwangerschap (30), borstvoeding (15), veel bloedverlies (menstruatie), vegetariërs, overmatig gebruik van "junk-food", ouderen (te weinig maagzuur), maagzuurremmers, chronische diarree, maagzweren. Volwassenen hebben ongeveer 10-12 mg nodig.

Voeding: kelp, gist, stroop, tarwezemelen, pompoenzaad, tarwekiemen, peper, lever, cacao, zonnebloempit, gierst, peterselie, mosselen, amandelen, paranoot, gedroogde pruimen.

Vitamine C  verbetert de ijzerabsorptie uit de voeding aanzienlijk.

Suppletie bij tekort: 30 mg bij de maaltijd 3 maal p.d. ferrumsuccinaat of -fumaraat.

 

JODIUM

Jodium is van belang voor de schildklier. Deze zorgt voor de stofwisseling en de lichaamstemperatuur.

Tekort aan jodium: struma, groeiachterstand, kouwelijkheid, gewichtstoename, slecht geheugen, moeheid, cystes in de borsten. In de zwangerschap: geestesstoornissen, meer babysterfte en verlaagd IQ.

Teveel aan jodium: slapeloosheid, nervositeit, gewichtsverlies.

Jodium zit m.n. in: zeevruchten als kelp, zeewier, vis (m.n. kabeljauw). Daarnaast wordt het toegevoegd aan tafelzout en brood.

Gebruik voor kinderen: 40-150 microgram per dag. Volwassenen dienen onder de 500 microgram per dag te zitten.

 

KALIUM

Kalium is een mineraal dat vooral in de cellen terug te vinden is.

De cellen hebben een zgn. Kalium/Natrium pomp. Deze zorgt er voor dat de concentratie Kalium in de cel en de Natrium buiten de cel in balans zijn. De juiste concentratie van Kalium zorgt er voor dat er voldoende water in de cel aanwezig blijft.

De scheiding van deze twee mineralen is heel belangrijk voor de productie van energie door de cel.

Symptomen van tekort aan Kalium uit zich als: neerslachtigheid, vermoeidheid, gasvorming, constipatie, slapeloosheid, oedeem en een te laag bloedsuiker niveau. Soms ook spierzwakte en een onregelmatige hartslag.

Bij een Kaliumgebrek zullen Natrium en water de cellen binnendringen en leiden tot oedeem (waterophoping in weefsels).

Kalium zit m.n. in fruit, groenten (-sappen), graansoorten, noten en vlees.

De hoogste concentraties zitten in: cacao, (gedroogde) abrikozen, noten, linzen, zaden en spinazie.

 

KOPER

Koper is van belang voor vele enzymatische reacties in het lichaam.

Klachten bij tekort: bloedarmoede, hoge bloeddruk, vermoeidheid, slechte kwaliteit collageen (scheurende bloedvaten, osteoporose, bot en gewrichts-problemen, verminderd immuunsysteem, oedeem, prikkelbaarheid, verlies van smaak.

De behoefte is hoger tijdens de zwangerschap, borstvoeding en voor vroeggeboorten.

Neem je een supplement dan kunnen koper en zink het beste samen worden genomen.

Koper zit m.n. in: oesters, schelpdieren, cacao, kalfslever, paranoten, cashewnoten, zonnebloempitten, sesamzaad, peper, pistache, pijnboompitten, pecannoot.

 

MAGNESIUM

Voor een goede werking van de Natrium/Kalium-pomp is Magnesium noodzakelijk.

Als er onvoldoende Magnesium aanwezig is verlaat Kalium de cellen en ontstaat vitamine B1 tekort (de actieve vorm).

Velen hebben een tekort aan Magnesium t.g.v. het gebruik van kunstmest en een stressvol leven.

Magnesiumtekort: vermoeidheid, lusteloosheid, verwarring, irritatie, depressie, krampen, PMS, stress, angst, spanning, verminderde eetlust, hoge bloeddruk, cardiovasculaire aandoeningen (aritmie, hartinfarct, angina pectoris etc.), migraine, osteoporosis, COPD, TIA, vitamine B1 tekort etc.

Mocht je niet voldoende uit de voeding kunnen halen dan kan Magnesium het beste tijdens de maaltijd worden genomen en liefst in combinatie met andere organisch gebonden (aspartaat, citraat, malaat, succinaat of fumaraat) mineralen. Je hebt wel vitamine B6 nodig om magnesium de cel in te krijgen.

De aanbevolen dosis magnesium is dan: 12 mg per kg lichaamsgewicht.

Magnesium, Calcium, vitamine D3 en K2 zijn nodig voor sterke botten.

Magnesium tijdens de zwangerschap verbetert het aantal vroeggeboortes met 75%.

Magnesium zit vooral in: kelp, pitten (m.n. pompoen- en zonnebloem-), cacao, zemelen, paranoten, tofu, peulvruchten, zaden en onbewerkt voedsel (m.n. volkoren granen en groene groenten).

 

MANGAAN

Het is van belang voor een sterk kraakbeen, de strijd tegen vrije radicalen (als onderdeel van SOD: superoxide dismutase) en vele enzymatische processen.

Symptomen van tekort: vroegtijdige veroudering, geestelijke en lichamelijke vermoeidheid, verminderd geheugen, prikkelbaarheid, artritis, PMS, groeiachterstand, botdeformaties, problemen met het metabolisme van koolhydraten (diabetes) en vetten, huiduitslag, epilepsie en verminderd HDL cholesterol.

Tekort in de zwangerschap geeft de volgende klacht: ataxie (verstoord bewegingspatroon: incoördinatie, problemen met het evenwicht).

Het wordt ook ingezet bij verrekkingen, verstuikingen en reumatoïde artritis. 

Bronnen: pijnboompitten, kruidnagel, noten (pecan, hazelnoot, paranoot, macadamia, amandel, walnoot), gerst, haver, pompoenpitten, rogge, boekweit, pinda's, verse spinazie.

 

MOLYBDEEN

De opname van koper en ijzer is afhankelijk van dit mineraal. Het is van belang bij de vorming van enzymen die betrokken zijn bij de opbouw en afbraak van eiwitten.

Symptomen van tekort: tandcariës, onregelmatige hartslag, prikkelbaarheid, gewrichtsklachten, bloedarmoede, benauwdheid, astma, kanker (slokdarm hoofdpijn, misselijkheid, braken, disoriëntatie, koperstapelingsziekte (Wilson; extra zink is van belang), allergie voor sulfiet.

Bronnen: linzen, spliterwten, bloemkool, doperwten, gist, spinazie, volkoren rijst, knoflook, haver.

NATRIUM

De basis van het lichaam is zout water (zoals zeewater).

De hoeveelheid water in het lichaam wordt mede in stand gehouden door de juiste concentraties zout en Kalium.

Natrium (zout) zorgt m.n. voor de juiste hoeveelheid water buiten de cel en in het bloed en Kalium juist voor in de cel. 

Zout is van belang voor het in stand houden van de elektrische potentiaalverschillen in onze weefsels en dat beschermt o.a. tegen elektromagnetische straling als 5G.

Het is dus van belang dat je voldoende zuiver water, Kalium en Natrium binnen krijgt.

Zouttekort kan o.a. leiden tot: zwakke spieren, moeheid, zwak en ellendig voelen, een slecht humeur, hoofdpijn, frequent plassen en constipatie.

Zeezout bevat naast zout (NaCl) ook nog 80 verschillende mineralen, maar ook verontreinigingen.

Het beste zout is daarom Himalayazout. 

Advies: halve theelepel (ongeveer 3 gram) van dit zout per liter water.

Tafelzout is 100% NaCl en bevat dus geen andere mineralen.

 

SELENIUM

Door de verarming van de bodem heeft bijna iedereen een tekort aan Selenium.

Selenium functioneert primair als een onderdeel van het belangrijkste lichaamseigen antioxidant glutathion peroxidase welke samenwerkt met vitamine E in de bescherming van het celmembraan. Het beschermt tegen vrije radicalen en oxidatieve stress.

Selenium is onderdeel van een zeer belangrijk ontgiftingsmechanisme in het lichaam, waardoor zware metalen onschadelijk worden gemaakt. 

Tekort: verhoogd risico op kanker, hartklachten, staar, maculadegeneratie, artritis, fibromyalgie, spierzwakte, oedeem, schildklierproblemen, psoriasis, roos, eczeem, pfeiffer, infectieziekten, verminderde immuniteit, vroegtijdige veroudering, verminderd geboortegewicht, wiegendood.

Bronnen paranoten (3 p.d. is voldoende voor een volwassene) en tarwekiemen.

 

SILICIUM

Het is van belang voor de huid, ligamenten, collageen, kraakbeen, haren, pezen en botten.

Tekorten zijn bij mensen niet bekend.

Bronnen: gedroogde dadels, volle granen, haver, rozijnen, bonen, koriander, aalbessen, spinazie, banaan, pompoen, ananas, linzen, cacao, volkoren rijst.

 

VANADIUM

Het verhoogt de gevoeligheid voor insuline en verlaagt zodoende de bloedsuikerspiegel. Het is van belang bij de vorming van cholesterol en rode bloedcellen.

Symptomen bij een tekort: problemen met het hart, tanden, botten, diabetes 2, hypoglycaemie, overgewicht, hoog cholesterolgehalte.

Bronnen: zwarte peper, dille, boekweit, peterselie, sojabonen, paddenstoelen, schelpdieren, haver.

 

ZINK

Zinktekort en Covid-19 geven vrijwel identieke klachten: hoesten, misselijkheid, koorts, pijn, buikkramp, diarree, verlies van geur of smaak, verminderde eetlust, moeheid en apathie, ontstekingen en een verminderde immuniteit.

Verder zie je bij zinktekort de volgende symptomen: vertraging van de groei, verminderde wondgenezing, afgenomen vruchtbaarheid, verminderd testosteron, problemen met nagels als witte vlekjes, brosheid, ribbels, broosheid.

Je dient bij suppletie ook koper te nemen, anders krijg je bloedarmoede.

In de laatste maand van de zwangerschap geef je geen extra zink, omdat koper nodig is voor de uitdrijving.

Gistbrood (fytinezuur) remt de opname van zink.

Metallothionide is nodig om zware metalen uit te scheiden en daarvoor is zink en cystiëne (knoflook, ui en prei) nodig.

Ouderen en anti-conceptie-gebruikers hebben vaak een zinktekort.

Bronnen van zink : oesters, schelpdieren, rundvlees, krab, garnalen, sardientjes, zuivel, lupine, haver, zaden (hennep-, zonnebloempit-, lijnzaad), granen, noten (pecan) en cacao.