Vaccinexpert Vanden Bossche waarschuwt: Zo gevaarlijk zijn kinder- en boostervaccins!

in Mens en Dier 1 december 2021 

 

Viroloog Geert Vanden Bossche, voorheen werkzaam voor de Bill & Melinda Gates Foundation, waarschuwt dat de coronavaccins het aangeboren immuunsysteem onderdrukken. Hij spreekt zich uit tegen het vaccineren van kinderen en de zogeheten boostervaccins.

Vooral kinderen lopen gevaar, aangezien hun immuunsysteem nog volop in ontwikkeling is, zegt Vanden Bossche. De aangeboren afweer beschermt tegen een hele reeks ziektes. “Door dit systeem te onderdrukken, worden ze vatbaarder voor andere ziektes.”

Heel moeilijk

De antistoffen die na vaccinatie worden aangemaakt, beschermen dan misschien tegen een ernstig beloop, maar niet tegen andere ziekteverwekkers. Er is zelfs een risico op anti-immuunziektes. Kinderen mogen daarom in geen geval worden gevaccineerd, stelt Vanden Bossche.

Om dezelfde reden mogen mensen die al zijn ingeënt niet opnieuw worden gevaccineerd. “Het zal voor degenen die zijn gevaccineerd heel moeilijk zijn om een aantal ziektes onder controle te krijgen, niet alleen corona,” zegt de vaccinexpert.

Catastrofale impact

Volgens Vanden Bossche laten de wetenschappelijke gegevens duidelijk zien dat niet de door vaccinatie verworven immuniteit, maar het aangeboren immuunsysteem mensen beschermt. Bovendien neemt de bescherming van de coronavaccins al na een paar maanden af.

Onlangs riep de viroloog op om het coronavaccinatieprogramma onmiddellijk stil te leggen. Hij zei dat vaccineren midden in een pandemie kan leiden tot allerlei varianten die het vaccin omzeilen. Vanden Bossche merkte op dat meerdere experts hebben gewaarschuwd voor de catastrofale impact van een dergelijk programma op de volksgezondheid.

 

Geert Vanden Bossche geeft duidelijk een waarschuwing.

Neem nooit dit vaccin.

https://twitter.com/i/status/1463414089984655361

 

 

Opinie: Maak geen misbruik van de wetenschap voor coronapolitiek

Het kabinetsbeleid berust op adviezen van deskundigen. Maar deskundigen zijn geen wetenschappers, betoogt Cees Hamelink. 

Cees Hamelink30 april 2020, 20:26   Dokter Paul McKay is op zoek naar een vaccin voor covid-19.Beeld AFP

Als wetenschapper is het voor mij natuurlijk verheugend te horen dat het overheidsbeleid inzake covid-19 de wetenschap ernstig neemt. En het stemt tot tevredenheid wanneer in persconferenties van de minister-president en andere autoriteiten wordt verwezen naar wetenschappelijke onderzoeken. Echter, als er niet meteen bij wordt gezegd door wie deze onderzoeken uitgevoerd werden en door wie kritisch beoordeeld, word ik als wetenschapper onrustig.

Vooral omdat ik uit eigen ervaring weet dat overheden en wetenschappelijk onderzoek veelal geen gelukkige partners zijn. Veel van wat aan beleidsrelevant wetenschappelijk onderzoek is geproduceerd, wordt wereldwijd vaak in bureauladen opgeborgen, tenzij de uitkomsten een al vastgestelde bestuurlijke koers ondersteunen.

Wetenschap en politieke beleidsvorming leven in andere werelden. De politiek zoekt snelle en eenduidige antwoorden. De wetenschap is beter in het stellen van vragen dan in het geven van antwoorden. In het geval van de covid-19-crisis is de wetenschap sprakeloos. Zij heeft niet alleen geen antwoorden op de geheimen van het virus maar ook niet op de vragen naar de economische, psychologische, pedagogische en culturele vraagstukken die nu optreden ten gevolge van de maatregelen die haar verspreiding zouden moeten tegengaan.

Geen eenduidigheid

Bovendien is de wetenschap niet geschikt voor eenduidigheid. Zij leeft bij complexiteit en differentiatie. In de politiek is het een mooi streven om een consensus te bereiken. In de wetenschap boeken we vooruitgang juist omdat we het voortdurend met elkaar oneens zijn. In het proces van wetenschappelijk onderzoek trekken wetenschappers verschillende conclusies uit hetzelfde materiaal. In de wetenschap aanvaarden we – steeds alleen maar tijdelijk – een combinatie van theoretische constructies die voortdurend worden bestookt met fundamenteel nieuwe inzichten. De kern van wetenschap is dat elke theorie weerlegd kan worden. Het forum van de wetenschap is geen gezellige en gelijkgestemde vereniging.

De politiek wil graag zeker weten dat alle zwanen wit zijn, terwijl de wetenschap hardnekkig naar de zwarte zwaan blijft zoeken. Dat betekent dat terwijl de politieke beleidsvorming haast heeft, de wetenschap geduld nodig heeft. Wetenschap is een zaak van lange adem en van omgaan met veel onzekerheden. De belangrijkste wetenschappelijke ontdekking van de 20ste eeuw is hoe weinig we weten ondanks de beloftes van de Verlichting. Maar hoe zit het dan met die vermelde wetenschappelijke onderbouwing van de nu getroffen maatregelen? Die is er dus eenvoudig niet.

Het huidige beleid is gebaseerd op de adviezen van deskundigen die wellicht academische graden of universitaire posities hebben, maar niet de wetenschap zijn. Hun meningen –hoe integer wellicht ook – zijn niet wetenschappelijk aan de onafhankelijke toetsing van kritische derden onderworpen. Deskundigen functioneren in een grijs gebied tussen wetenschap en politiek. Deskundigen kunnen wegkomen met onvolledige en onvoldoende getoetste cijfers over onder meer aantallen coronadoden en over besmettingsgevaar bij jonge kinderen.

Reputatieschade

Zij kunnen zich zonder al teveel reputatieschade baseren op van het Londense Imperial College geleende modellen, zonder de vooronderstellingen van deze modellen kritisch te analyseren en zonder zich af te vragen waar de data van het College op gebaseerd zijn. Deskundigen liggen misschien niet wakker van een schatting van covid-19-slachtoffers in Engeland die binnen een maand daalde van 500.000 naar 1.600, maar wetenschappers hebben daar wel slapeloze nachten van. Wetenschappers hebben het wat dit betreft moeilijker. Alhoewel peer review in de wetenschap ook niet altijd voldoende garantie op volledigheid en geldigheid biedt, loop je als wetenschapper wel meer het risico dat collega’s je betrappen op onzorgvuldigheid, gebrekkige theoretische of statistische onderbouwing of tunnelvisie.

Het is goed naar deskundigen te luisteren maar ze tegelijkertijd niet te zien als vertegenwoordigers van wetenschappelijke kennis. Ze hebben vaak alleen maar beperkte specialistische kennis, die in het geval van covid-19 bovendien ontoereikend blijkt om het gedrag van het virus te doorgronden. Laat staan dat het voldoende solide is iets erover te voorspellen. Omdat covid-19 een grotere kwestie is dan slechts een virologisch-epidemiologisch probleem, zou bovendien een bont gezelschap van maatschappelijke deskundigen moeten meespreken over de ontwrichting van de samenleving en een mogelijk herstel daarvan. Het zou ook zinvol zijn – zonder daar al te veel wetenschappelijk gewicht aan toe te kennen – als deskundigen uit mijn vakgebied mee zouden praten. Zij zouden iets kunnen zeggen over de bedroevende kwaliteit van de overheidsvoorlichting, zoals het verkeerde taalgebruik ( het ‘nieuwe normaal’), de neerbuigende en paternalistisch toon en het verontrustend gebrek aan psychologisch en sociologisch inzicht in het gedrag van individuen en groepen in de samenleving. .

De bijdragen van deskundigen levert misschien interessante inzichten en televisiebeelden op. Laat de wetenschap er voorlopig maar buiten. Die zoekt geduldig door naar de zwarte zwaan. 

Cees J. Hamelink is emeritus hoogleraar communicatiewetenschap, Universiteit van Amsterdam.

 

FAKE NEWS

 

https://youtu.be/841w-vLIeaU

 

 

De preventie-paradox

Horrorvoorspellingen dienden als verdediging voor het ernstig aantasten van de grondrechten in de geschiedenis van Duitsland. Het feit dat ze niet zijn uitgekomen, wordt nu toegeschreven aan de preventieparadox. Maar dit is pseudowetenschappelijke onzin. Hier de analyse van een schijnargument.

Als een groep mensen lang genoeg mediteert, zal het in Duitsland uiteindelijk mooier weer worden. Daaruit kun je niet concluderen dat het weer beter werd omdat de groep mediteerde. Er is hoogstens een (toevallige) correlatie tussen meditatie en het weer. Maar meditatie heeft geen mooi weer veroorzaakt.

Met de relatie tussen een pandemie en de maatregelen ter bestrijding ervan, ligt dat anders. Het is een waarheid als een koe dat twee mensen die elkaar niet ontmoeten, elkaar niet kunnen besmetten. Als je contact voorkomt, voorkom je infectie. Bepaalde maatregelen voorkomen infecties, sommige direct, andere indirect.

Minder triviaal is de veronderstelling dat infecties afnemen wanneer de kans dat mensen elkaar ontmoeten kleiner wordt. De reden hiervoor is dat de overdrachtssnelheid dan afhangt van andere factoren, zoals de biologische eigenschappen van een virus: bij een lagere contactfrequentie kan de overdracht toenemen als bijvoorbeeld een virusvariant zich gemakkelijker aan cellen hecht of als, om welke reden dan ook, de veelbesproken superspreaders in een populatie veel voorkomen.

De gezonde samenleving op slot

Dit soort elementaire overwegingen circuleren al meer dan een jaar in het openbaar. Zij spelen vaak een grote rol wanneer het weer eens over de lockdown versus versoepelingen gaat.  Dit gebeurde in extreme vorm in aanloop naar de Bundesnotbremse. (Een maatregel van de Duitse federale overheid, om coronamaatregelen te nemen, o.a. een avondklok, wanneer een bepaalde besmettingsgraad wordt bereikt – meer dan 100 besmettingen per 100.000 inwoners gedurende 3 opeenvolgende dagen; daarbij wordt de wetgeving van de Duitse deelstaten overruled.)

De virologische gemeenplaatsen, die in podcasts publieksrijp worden gemaakt en gekoppeld worden aan echte wetenschappelijke inzichten, zijn helaas vermengd met verregaande aannames, die achteraf vaak onjuist blijken te zijn. Er wordt te weinig opgehelderd, het is een soort trial-and-error: sinds oktober 2020 beweert men dat een samenleving alleen gezond kan zijn als die op slot gaat, maar schijn bedriegt.

Gelukkig zijn de horrorscenario’s die in het kielzog van de Britse variant in de talkshows en andere media rondspookten (ook nu weer) uitgebleven. Voor de duidelijk: er zijn geen Britse-, Indische- of andere nationale varianten. Achter deze praatjes gaan stereotiepe, deels nationalistische denkpatronen schuil.

Dit keer viel het verschil tussen voorspelling en werkelijkheid echter zo op, dat zelfs de grootste fans van de waarzegkunst van de makers van modellen hun twijfels hebben. Want de bange burgers kregen te horen welke dreigingen er volgens de modellen aan zouden komen en kort voor de Bundesnotbremse werden die zelfs als een onomkeerbare werkelijkheid gepresenteerd.

Maar die kwam er niet: er kwamen geen zescijferige dagelijkse infecties, geen  viercijferige zevendaagse incidentie en ook geen volledige ineenstorting van het gezondheidszorgstelsel.

Deze kloof tussen hoogdravende voorspelling en feitelijke realiteit wordt nu gedicht, stap voor stap, met een schuchtere verwijzing naar de zogenaamde preventieparadox, in een procedure van haarkloverij.

In werkelijkheid moet men twee versies van deze “paradox” onderscheiden. De eerste komt uit de preventieve geneeskunde en wordt gewoonlijk toegeschreven aan de epidemioloog Geoffrey Arthur Rose. Aan Rose wordt het bewijs toegeschreven dat preventieve maatregelen die grote voordelen bieden (zeg: vermijding van een potentieel zeer gevaarlijke infectie met Sars-CoV-2) aan een populatie (zeg: de bevolking van Duitsland) kleine voordelen hebben voor individuele personen.

Als veel mensen in het verkeer een gordel dragen, heeft dat voor de bevolking het voordeel dat er minder verkeersslachtoffers vallen, terwijl het voor alle mensen die niet bij een ongeval betrokken zijn, in feite geen enkel voordeel oplevert. De gordel is alleen nuttig in het uitzonderlijke geval van schade. Uit deze overweging volgt zonder meer dat het dragen van een veiligheidsgordel aan te bevelen is. Bovendien heeft deze redenering een echte wetenschappelijke basis, maar je kunt die niet zomaar op de coronapandemie  toepassen.

Wetenschap is een uitvinding van de media

De tweede versie is een bizarre argumentatie- en wetenschapstheoretisch uitvinding van het openbare coronadebat in de Bondsrepubliek. Kort gezegd is het uitblijven van een ramp het bewijs van het succes van de beschermende maatregelen – en nooit het bewijs van hun overbodigheid. Dit wordt steeds gekoppeld aan de ongefundeerde en niet op bewijs gebaseerde bewering dat er geen doemscenario’s ontstaan vanwege het schrikeffect van de modellen.

Aangezien deze tweede, zeer recente “paradox” niets bewijst (omdat zij altijd van toepassing is en dus wat haar verklarende inhoud betreft volkomen leeg is), valt hij af als slechte metafysica: hij beweert feiten die je niet kunt controleren of falsificeren. Dit valt dus, in tegenstelling tot de redenering van Rose, niet binnen het domein van de wetenschappelijke verklaringen.

Het gaat hier veel meer om pseudowetenschap die in het openbaar wordt verkocht als wetenschap, een werkelijkheid die in het enkelvoud niet bestaat. Wetenschap is een uitvinding van de media en de politiek waarop men graag leunt om immuun te zijn tegen kritiek. Wetenschap is dus het tegenovergestelde van ‘de wetenschappen’, die altijd uitgaan van het doen van falsifieerbare veronderstellingen in plaats van nieuwe schijnparadoxen uit te vinden om zichzelf te vrijwaren van herziening van een theorie.

De vaak aangehaalde preventieparadox betekent dus in beginsel niet dat elke maatregel die mogelijk het infectierisico vermindert, ook een gezondheidsramp voorkomt. Wanneer een bepaalde maatregel één van de factoren, of misschien zelfs maar een kleine factor is die afname van besmettingen verklaart, dan is de vermeende paradox (die overigens in feite geen paradox is) niet van toepassing.

Concreet: zolang niet bewezen is dat de sluiting van musea, terrassen en theaters (om maar een paar voorbeelden te noemen) de oorzaak is van een significante daling van het aantal besmettingen, dan is het beroep op de vermeende preventieparadox ongegrond. Als niemand in een museum besmet raakt, wordt door het sluiten van musea het risico op besmetting en ook het aantal besmettingen niet verminderd.

En wie niet naar het museum mag, maar thuis vrienden ontvangt, verhoogt zelfs het risico, zodat sluiting van musea en andere veiligere ontmoetingsplaatsen het aantal besmettingen eerder doet stijgen dan dalen – een echt preventieprobleem. Ik beweer niet dat ik de stand van zaken rond musea beter ken dan anderen, alleen weten we nog steeds niet genoeg over deze details om er beweringen en drastische maatregelen op te baseren.

De drogreden van de mobiliteit

De kanselier brengt meestal mobiliteit als verdediging van de maatregelen naar voren.

Wie naar een museum gaat, moet zich verplaatsen en dat brengt een risico op besmetting met zich mee. Toch wordt snel duidelijk, dat de argumentatie zich in een kringetje beweegt. Je zou eigenlijk moeten bewijzen dat mensen die naar een museum gaan, op de weg erheen meer kans op besmetting hebben dan thuis of in de supermarkt, waar ze uit frustratie eten kopen in plaats van dat ze zichzelf op een museumbezoek trakteren.

Maar deze op de realiteit gebaseerde studies ontbreken nog, of beter gezegd: zij worden in Duitsland niet uitgevoerd, alleen al verwijzen naar die mogelijkheid wordt verhinderd. Nogmaals concreet: je zou feiten rond het virus goed moeten onderzoeken, maar dat is vaak niet toegestaan. Daarom kan hier geen sprake zijn van de preventieparadox.

In onze complexe situatie verandert deze vermeende paradox dus in een leeg gebaar, zelfs in een drogreden die doorzichtig is als je het in termen van wetenschappelijke theorie bekijkt.  Hij ontkracht zelf de werkelijkheid: in de afgelopen weken is vaak uitgelegd dat de Bundesnotbremse in Italië, Spanje of Zwitserland niet heeft gewerkt (om maar een paar voorbeelden te noemen). De cijfers, met of zonder de Bundesnotbremse, gaan momenteel in Europa omlaag.

De bewijslast is dus omgekeerd: wie denkt dat de preventieparadox van de  Bundesnotbremse bestaat, moet eerst uitleggen hoe het in de rest van Europa zit. Er kwam kritiek op de grove fouten die de stervirologen en de modellenmakers hebben gemaakt, kort voor het overleg over de Bundesnotbremse. Wie die van tafel veegt als een voorbeeld van de preventieparadox, wordt zelf het slachtoffer van een theoretisch wetenschappelijk dwaling.

Eigenlijk zouden zulke fouten aanleiding moeten zijn tot een herziening van de theorie, maar ze worden geëxcuseerd door een ad hoc reparatie: de fout wordt weggepoetst door te zeggen dat het in feite helemaal geen fout is. Deze toverkunst van logica en wetenschap gaat zo voortvarend te werk, dat ze erop wijst, dat het virus zich eigenlijk zou moeten gedragen zoals de modellen voorspellen. Als dat niet het geval is (omdat de mensen zich anders gedragen of omdat het virus zich anders gedraagt door  bijvoorbeeld seizoenseffecten en gevolgen van vaccinatie), worden de modellen niet aangepast – in plaats daarvan wordt erop gewezen dat epidemiologie geen nauwkeurige voorspellingen mogelijk maakt, maar meer moet worden gezien als een soort weersvoorspelling.

Dat laatste lijkt een juiste analogie te zijn. Meteorologische verschijnselen zoals het weer voor de komende weken vloeien voort uit complexe systemen die niemand exact kan voorspellen, zoals dat bijvoorbeeld wel nauwkeurig kan met de exacte positie van de maan of andere hemellichamen die zich op astronomische afstanden bevinden. Epidemiologie is in haar toepassing op de werkelijkheid gewoon niet te vergelijken met de ingewikkelde en ongelooflijk nauwkeurige gebieden van de fysica, die ons bijvoorbeeld in staat stellen ruimtesondes naar Mars te sturen.

We mogen de fouten niet ontkennen

Juist op dit punt bestaat er al meer dan een jaar een diepgewortelde verwarring, die er in belangrijke mate toe heeft bijgedragen dat veel van onze grondrechten onrechtmatig zijn ingeperkt. Dit blijkt ook uit de nasleep van de Bundesnotbremse: veel andere landen staan al maandenlang een veel grotere mate van vrijheid toe onder vergelijkbare omstandigheden. Ze wegen dit beter af tegen feitelijk bewezen besmettingsrisico’s. Als je dit in Duitsland in het openbaar uitspreekt met bijvoorbeeld een verwijzing naar Oostenrijk, Zwitserland, Spanje of vele Amerikaanse staten (om maar een paar relevante vergelijkingen te noemen), wordt dit met een of ander excuus weggewuifd.

Dus in plaats van zich af te vragen waarom bijvoorbeeld in Barcelona restaurants of musea  in de winter niet helemaal dicht gingen, terwijl de besmettingscijfers toch lager waren dan in de meeste grote Duitse steden, blijft onze republiek liever op slot. Dat komt omdat veel politici zich baseren op epidemiologische modellen. Ze hebben daarmee in de ingewikkelde sociale werkelijkheid niet alleen onheil afgewend, maar ook schade aangericht. Ook dat mag niet worden ontkend.

Er is nog een verschil tussen onze situatie en de oorspronkelijke preventieparadox van Rose: terwijl het dragen van een veiligheidsgordel in het autoverkeer niemand schaadt, is de deels medisch gerechtvaardigde, deels duidelijk veel te ver doorgevoerde inperking van onze grondrechten en dus van onze mensenrechten wel schadelijk voor een groot aantal mensen. Als je dit herleidt tot de meest essentiële kenmerken, reken je (letterlijk) buiten de waard: het sluiten van de horeca en kunst en cultuur, de maandenlange sluiting van scholen en universiteiten en vooral het ingrijpen achter de voordeur – dit alles kan niet langer worden verdedigd met de speculatieve verwijzing naar de preventieparadox. Zeker niet in het licht van de vele voorspellingsfouten van de nu zo populaire modellenmakers.

Elke coronamaatregel, hoe klein ook, zou eigenlijk door bewijsbare feiten ondersteund moeten worden – en niet door statistische mogelijkheden, die telkens maar voor een deel op feiten gebaseerd zijn. En iedereen die zich op de preventieparadox beroept om de meest ingrijpende beperkingen van onze grondrechten sinds het begin van de Bondsrepubliek te rechtvaardigen, moet eerst bewijzen dat die paradox hier überhaupt van toepassing is.

De duidelijk weerlegde voorspellingen uit de modellen krijgen tegenwoordig gezelschap van de wilde bewering dat iedereen die niet wordt gevaccineerd vroeg of laat besmet zal raken met Sars-CoV-2. Als dit waar zou zijn, zou dat zeker (nog) een goede reden zijn om een vaccinatie proberen te krijgen. Het is echter feitelijk onjuist, of althans niet empirisch bewijsbaar, dat werkelijk iedere niet-gevaccineerde persoon op een dag besmet zal raken met Sars-CoV-2. Want volgens deze logica zou elke persoon besmet moeten raken met elk pandemisch virus. Voor geen enkel pandemisch virus dat ooit heeft gecirculeerd (zelfs voordat vaccins werden uitgevonden) is dit het geval.

Hoe de stervirologen er op gekomen zijn is een raadsel, maar een dergelijke bewering is pertinent onjuist. Dat geldt ook voor het excuus dat dit onze eerste pandemie is en dat er daarom fouten worden gemaakt. Je vraagt je dan toch af  hoe snel HIV in de vergetelheid is geraakt, hoewel we nog midden in die pandemie zitten, die nog maar half onder controle is.

Om een lang verhaal kort te maken: zowel mensen als virussen zijn onvoorspelbaar. De maatschappij is geen epidemiologische simulatie. Grondrechten bestaan juist om  mensen in hun vrijheid te beschermen tegen de gevolgen van epidemiologische, politiek geïnstrumentaliseerde vergissingen. Het is de hoogste tijd dat die volledig worden hersteld. Schijnparadoxen mogen ons daar niet langer van weerhouden.

*Markus Gabriel (1980) is een Duitse filosoof en hoogleraar kennistheorie aan de Universiteit van Bonn. Zijn recentste publicaties: “Morele vooruitgang in donkere tijden. Universele waarden voor de 21e eeuw” (uitgeverij Ullstein) en “Neo-Existentialisme” (uitgeverij Karl Alber).